| Reactie op het BING rapport | |
| Inleiding: Voorzitter, het mag misschien vreemd overkomen maar ik wil onze reactie in eerste termijn beginnen met een compliment. Een compliment aan onze griffier, de heer Huitema en aan zijn medewerkers, die op een objectieve en deskundige wijze ons ter zijde hebben bijgestaan tijdens het gehele proces, zelfs op de meest onmogelijke tijden als dat noodzakelijk was. Dank daarvoor is op z’n plaats. Het voorgelegde rapport is voor ons uiteindelijk voldoende om een afgewogen oordeel te kunnen vellen over de integriteit van de wethouders, voor zover daar sprake van is, ondanks het feit dat we het betreuren dat niet iedereen die genoemd en betrokken is geweest, door BING gehoord is. Daar zijn oorzaken voor maar dat laat onverlet dat daardoor de beoordeling over de wethouders nog duidelijker zou zijn geworden. Het rapport bevestigd wat wij in één van de eerste vergaderingen gezegd hebben, het is vanaf het begin één grote ellende geweest, het college kan niet samenwerken ( zie onze motie) dit college werkt niet samen, werkte niet samen en zal ook nooit samenwerken. Het hele rapport is doordrenkt van ellende Het college is altijd al een vechtcollege geweest. Wij zijn het niet altijd eens met het uiteindelijke waardeoordeel dat BING uitspreekt maar daar kom ik op onderdelen op terug. Vandaag maandag 31-03-08 is
ongeacht het besluit van de raad van Dinkelland opnieuw een zwarte
dag voor de gemeente Dinkelland. Het feit dat we een kostbaar
rapport hebben moeten laten opstellen enkel en alleen om te kunnen bewijzen
of de wethouders integer zijn, zegt eigenlijk al genoeg. Dat zou helemaal
niet nodig moeten zijn. Algemene opmerkingen: De heer Willeme heeft op 20
november 2007 een aantal feiten genoemd, geen aantijgingen,
die voor het CDA en de PvdA aanleiding waren een motie aan te nemen
om deze feiten op juistheid te toetsen. In het nu voorliggende rapport
BING wordt vastgesteld dat de toen door de burgemeester genoemde feiten
allemaal of bijna allemaal bewijsbaar juist zijn. Wij hadden ook niet
anders verwacht. Wij betreuren het feit dat Willeme door de gekozen
opstelling van CDA en PvdA niet zelf de gelegenheid heeft gekregen zich
in het openbaar te kunnen verdedigen. Hoezo integer? Leg ik deze feitelijke vaststellingen
naast hetgeen de heer Willeme op 20 november 2007 heeft gezegd dan rest
slechts één conclusie: “Hetgeen
Willeme heeft gezegd is voor 100% althans voor bijna 100% waar”.
Beoordeling BING over Willeme: Schutting: BING verzuimt aan te geven dat is aangegeven dat expliciet op voorstel van de heer Kleisen door b&w is besloten dat de bewuste schutting er zonder vergunning mocht staan en dat de Wadi niet was aangepast. Dat is ook door BING vastgesteld met een bezoek ter plaatse. Derhalve is de conclusie van BING niet correct dat de opmerkingen van de heer Kleissen over de schutting geen onjuiste voorstelling van zaken geven. Kleissen geeft tegen beter weten in wel een duidelijke onjuiste voorstelling van zaken. De schutting mag er wel degelijk zonder vergunning staan anders dan Kleissen heeft beweerd zoals blijkt uit het b&w besluit van 22 mei 2007. Ook is het onjuist zoals Kleissen beweert dat Willeme persoonlijke invloed heeft uitgeoefend om de inrichting van de Wadi te veranderen hetgeen reeds blijkt uit het feit dat de inrichting van de Wadi’s in ’t Remerink overal gelijk zijn. Wel heeft Kleissen gelijk waar hij stelt dat er veel ambtelijke uren mee zijn gemoeid geweest. Er werd geroepen dat Willeme een schutting had staan die niet mocht. Willeme heeft toen zelf het initiatief genomen voor een onderzoek. Vastgesteld moest worden of het wel of niet mocht en als het niet mocht zou hij de schutting direct verwijderen. Hoezo niet integer? De wijze waarop het CDA en de PvdA daarmee in de publiciteit zijn omgegaan is schandelijk. Dat zij zelfs niet ervoor geschroomd hebben het BING rapport opzettelijk onjuist te citeren zegt iets over de integriteit van deze beide fractievoorzitters. (BING: De legaliteit van de schutting moest uitgezocht worden; CDA/PvdA: uitgezocht moest worden hoe de schutting gelegaliseerd kon worden). Die gezamenlijke reactie is een bizar verwijt dat kant noch wal raakt. Door zo te reageren – wij zien het niet anders dan een schop na aan Willeme – geeft u, heer Meinders en Blokhuis er blijk van geen idee te hebben wat gebrek aan integriteit bij machtsmisbruik betekent voor burgers. Legt u ons nou eens uit wie er werd gedupeerd door de schutting van Willeme? Wij prijzen ons als fractie
gelukkig dat wij ons niet hebben laten lenen voor het voeren van een
stuk onvervalste machtspolitiek zoals dat door CDA en PvdA wel is gedaan
door het wegsturen van inmiddels oud- burgemeester Willeme. Bestuurlijke
arrogantie van de bovenste plank kan u niet worden ontzegd want u gaat
toch uw eigen gang, zonder zelfs maar te willen luisteren naar de mening
van een ander. Opnieuw op voorhand partij kiezen voor de eigen wethouders
nog voor dat er in de raad over de resultaten van het rapport is gesproken.
Die discussie hoort hier gevoerd te worden en niet via de pers. We hebben steeds de zaken nuchter, zuiver en zakelijk benaderd en blijven dat ook nu doen, mede met het oog op de toekomst voor ons en Dinkelland. De tot nu ontvangen reacties sterken ons alleen maar dat onze benadering een goede en verantwoorde is geweest. Ik wil niet nalaten te zeggen
dat wij het uitermate betreuren en afkeuren dat de CdK de wethouders
de gelegenheid heeft geboden het eerder opgestelde rapport Platvoet
over de burgemeester te mogen inzien nog voordat zij door BING zijn
geïnterviewd. Of dat van invloed is geweest op de inbreng van hen
bij het BING rapport zullen we nooit te weten komen, maar om elke schijn
daarvan op voorhand te willen ontdoen, had het voor de hand gelegen
ook de wethouders niet het rapport Platvoet te laten inzien. De
objectiviteit van het BING rapport kwam door deze vreemde handelswijze
in het geding. Immers op basis van de inhoud van het rapport
Platvoet konden de wethouders vermoeden of zelfs weten dat Willeme zou
worden voorgedragen voor ontslag. Voorzitter, de reactie van de wethouders Kleisen en Engbers op het voortijdige vertrek van oud-wethouder Krouwel is veelzeggend voor hun collegialiteit en professionaliteit. Uitlatingen als “ goed voor Dinkelland en een knap en prijzenswaardig besluit “ geven aan dat ook deze twee wethouders wel heel snel zijn vergeten dat zij vanaf het begin als team zijn opgetrokken en dat – nu hun eigen positie – terecht - onderwerp van discussie is - de gezamenlijke teamgeest wel heel snel uit de fles is. Nu – zoals gezegd - hun eigen positie in het geding is, komt de ware geest van hen naar boven. Het eigen belang overheerst dan. De woorden; hij eruit of wij eruit, zijn dan heel gauw vergeten. De meerderheid van de gemeenschap van Dinkelland zou het toejuichen dat ook u, heren Engbers en Kleissen, handelt conform die uitgesproken woorden. Mocht u kunnen aanblijven dan zal men u tot in lengte van jaren beschouwen als aangeschoten wild en uw handel en wandel met argusogen volgen, enkel en alleen omdat het vertrouwen – de basis - in u ontbreekt. Besturen is een voorrecht en daar mag je geen misbruik van maken en dat kunnen we van u niet zeggen. Als ik de heer Meinders op
tv hoor zeggen dat het niet goed zou zijn voor de bestuurbaarheid en
toekomst van Dinkelland dat ook Kleissen en Engbers zouden vertrekken,
dan durf ik te stellen: Heer Meinders, u begrijpt er dus nog steeds
niets van of u wilt het niet begrijpen: De bevolking heeft ook geen
vertrouwen in deze twee wethouders en we hebben ze ook niet nodig, nu
niet en in de toekomst zeker niet. Voor de toekomst hebben we mensen
nodig die integer zijn en kunnen rekenen op onvoorwaardelijk vertrouwen
van de gemeenschap. Het vertrek van Krouwel is een stap in de goede richting maar we zijn er nog niet. Als er één schaap over de dam is volgen er meer en goed voorbeeld doet goed volgen, hopelijk. Toch willen wij over de heer Krouwel nog een aantal zaken de revue laten passeren. In de TC Tubantia van zaterdag 22 maart jl. lijkt het ineens of Krouwel slachtoffer is van een aantal zaken zoals zich die hebben voorgedaan. Het komt bijna zielig over. Zoals wij het rapport interpreteren is hij toch meer de dader dan het slachtoffer. Dat geldt niet voor één bepaalde zaak maar dat zijn er in onze ogen in elk geval meerdere. Niet alleen de zaak met zijn buren maar ook zijn handelswijze rondom het klooster in Ootmarsum beschouwen wij bijvoorbeeld als niet integer, los van de overige zaken die er spelen. Het is bijvoorbeeld toch op z’n minst opvallend te noemen dat Krouwel zelf geen enkele aanlegvergunning heeft voor de zaken die hij tussen 2003 en 2006 heeft aangelegd. Het bewust niet de waarheid
spreken over het feit of er nu wel of geen bod was uitgebracht namens
het college inzake het klooster in Ootmarsum zegt ook meer dan genoeg.
Het is jammer dat wij met Krouwel niet in het openbaar in discussie kunnen gaan, maar kunnen ons heel goed voorstellen dat de niet mis te verstane resultaten van het rapport voor hem aanleiding zijn geweest om zelf op te stappen. De resultaten spreken voor zich en liegen er niet om. Belangenverstrengeling, machtsmisbruik en het ontbreken van integriteit en professionaliteit zijn kwalificaties die aan duidelijkheid niets te wensen overlaten. Voorzitter, ik wil nu t.a.v. van de wethouders Engbers en Kleisen nader ingaan op hun positie: Engbers: Het lijkt wel alsof wethouder Engbers uit het rapport niet veel kan gebeuren maar schijn bedriegt. Het raadslidmaatschap van zijn echtgenote: BING geeft aan van oordeel te zijn dat Engbers het lidmaatschap van zijn echtgenote in Oldenzaal had moeten noemen. Achteraf kan je ook de vraag stellen waarom hij dat is vergeten? Als hij dit gemeld had dan zou Willeme waarschijnlijk – hem kennende - direct zijn bedenkingen kunnen uitspreken en had Engbers ter zake direct consequenties moeten trekken, hetgeen hij kennelijk niet gewild heeft. Ingezetenschap: Engbers heeft gezegd voornemens te zijn te verhuizen. Onzeker is of hij hier een termijn van een jaar aan verbonden heeft. Ook al is dit niet het geval vast staat dat hij tot aan het moment van de discussie in de raad hij geen enkele poging heeft ondernomen om te verhuizen, sterker nog hij heeft bij de fracties en in de raad gepleit dat hij in Oldenzaal kon blijven wonen. Van respect voor de raad was o.i. geen sprake. Arbeidsverleden:
Het geven van een onjuiste voorstelling van financiële zaken i.v.m.
het verkrijgen van extra provisie, vinden wij van een dermate bedenkelijk
laag niveau dat wij dit niet anders kunnen duiden dan minimaal de schijn
hebbend van frauduleus handelen. Als er niets aan de hand zou zijn,
kan de heer Engbers toch het procesdossier daarover ter inzage geven.
En ook al is er niets aan de hand dan had in het kader van de transparantie
van openbaar bestuur dit toch gemeld moeten worden zeker toen Willeme
expliciet gevraagd heeft of er voor zijn bestuurlijk functioneren nog
iets van belang zou zijn. Een tijdelijk dienstverband van een
jaar wordt tussentijds door een uitspraak van de rechter beëindigd.
Dan moet er wel iets meer aan de hand zijn dan een verstoorde relatie
lijkt ons. BING; Kleissen Het willen wippen van burgemeester
Willeme: Wij vragen ons af waarom BING alleen de heer Koopman heeft
gehoord? Dezelfde heer Koopman die in opdracht van de heer Kleissen
mevrouw Bosch de mond moest snoeren. Willeme heeft – zo is mij
verteld- vier namen genoemd aan BING, o.a. betrokken fractievoorzitters,
en een grotere groep personen die kunnen bevestigen dat de heer Kleissen
op een drietal momenten, laatstelijk vlak voordat hij wethouder werd,
heeft gepoogd en uitgesproken Willeme te doen ontslaan dan wel zijn
herbenoeming te verhinderen. De zaak Elderink:
Het oude college was voornemens grond aan te kopen van de buurman van
Kleissen ten behoeve van woningbouw in Rossum op de langere termijn.
Als lid van dit nieuwe college wordt al heel snel het besluit van het
vorige college ingetrokken om de grond van zijn buurman Elderink niet
aan te kopen. Waarom? Omdat Kleissen namelijk persoonlijk zelf belemmerd
wordt in zijn uitbreiding mogelijkheden voor zijn eigen agrarisch bedrijf.
Als de gemeente de grond van zijn buurman wel had gekocht zou de stankcirkel
worden verlegd waardoor hij zelf niet meer zou kunnen uitbreiden. Vast staat dat hij in elk geval de schijn van belangen verstrengeling onvoldoende heeft willen onderkennen. Hij had de professionaliteit moeten hebben gehad het dossier daarover te willen afgeven. Maar ja, Kleissen is geen type dat zich gemakkelijk laat coachen en nee, Kleissen is geen teamspeler. Zowel Willeme alsook de secretaris hebben hem daarop meerdere keren aangesproken maar dat was aan hem niet besteed. Kleissen erkent dat ook. Vreemd is dat BING dan stelt dat Kleisen geen eigen belang had. Ruim een maand na het aantreden van Kleissen wordt besloten de gronden niet aan te kopen zodat er niet gebouwd zou worden nabij de boerderij van Kleissen. Als Kleissen dit eigen belang niet had waarom zouden Willeme en Damer dan herhaaldelijk aan Kleissen gevraagd hebben dit dossier af te geven? Vast staat dat b&w op 23 mei 2006 heeft besloten dat Elderink geen recht had op schadevergoeding. Op 25 juli 2006, 3 dagen voordat Willeme zelf terug is van vakantie roept Kleissen zonder aanwijsbare reden de fractievoorzitters bijeen en meldt hen o.m dat er misschien zelfs wel een miljoenenclaim dreigt. En wel heel bijzonder wordt het wanneer Kleisen aangeeft waarom hij de fractievoorzitters bijeen heeft geroepen. Hij antwoordt dat hij dit gedaan heeft omdat er een verzoek lag i.h.k.v. de WOB ( wet openbaarheid bestuur) Vast staat echter dat het WOB verzoek dateert van 28 juni 2006, één maand vóór het bewuste bijeenroepen van de fractievoorzitters, en dat dit WOB verzoek reeds op 11 juli 2006, veertien dagen vóór het bewuste bijeenroepen van de fractievoorzitters, door b&w is gehonoreerd. Haast was er in het geheel niet geboden in deze, hetgeen ook blijkt dat pas op 22 november 2006 een juridisch getinte brief van Elderink komt met het verzoek een voorlopig getuigenverhoor te houden. Kleisen had in de vakantieperiode best 3 dagen kunnen wachten totdat Willeme terug was van vakantie temeer nu de door Kleisen met de fractievoorzitters besproken zaken (Financiën, juridische vragen) beide zaken zijn behorend tot de portefeuille van Willeme. Wie was het ook alweer die een hekel had aan gerommel in portefeuilles? Kleisen heeft erkend meerdere keren Willeme te hebben aangesproken en er op te hebben aangedrongen om de advieskosten aan Elderink te vergoeden. Na kennisname door Kleisen van dit rapport Platvoet waarin hem dit wordt aangerekend ontkent Kleisen dit nu opeens en zegt hij dat hij daarop niet heeft aangedrongen, aldus Willeme. Nu BING de feitelijkheden uit het rapport Platvoet vergeleken heeft met de zelf vastgestelde feiten, is het vreemd dat BING deze beide tegenstellingen in de verklaringen van Kleisen (tegenstrijdige motivering waarom de fractievoorzitters bijeengeroepen zijn en het al dan niet bepleiten om Elderink een vergoeding te geven voor de advieskosten) niet benoemd heeft. Tot op de dag van vandaag hebben wij als fractievoorzitters nooit meer iets gehoord over deze “ urgente” zaak. Kleissen’s rol in de zaak Procee: Kleissen heeft o.i. een bewuste
bijdrage gedaan aan het machtsmisbruik door Krouwel.
Samenvattend:
Kleissen had tijdens of naar aanleiding van de collegevergadering op
10 juli 2007 op al deze 3 punten moeten ingrijpen. Indien hij
integer was geweest had hij als portefeuillehouder Handhaving
de verantwoordelijkheid voor het handhavingtraject op zich moeten nemen.
Kleissen heeft zijn collega wethouder Krouwel willen bevoordelen door willens en wetens mee te werken aan machtsmisbruik van Krouwel. Op grond hiervan kan Kleissen worden verweten dat hij bewust heeft meegewerkt aan machtsmisbruik ten behoeve van een persoonlijk belang van zijn collega. Voorzitter ; niet onbelangrijk
is een antwoord op de volgende vragen en opmerkingen: Zoals Krouwel in zijn afscheidsinterview in de Tubantia geciteerd zegt, hebben de wethouders uitgesproken en afgesproken dat zij opstappen als hun integriteit ter discussie komt, dat zij hun politieke lot verbinden aan het rapport en dat zij opstappen als er ook maar iets op hun integriteit is op te merken. En er is over alle drie de wethouders wel iets meer aan te merken dan “iets”, zodat er maar een conclusie kan zijn, nl dezelfde conclusie die wethouder Krouwel al getrokken heeft. Opstappen dus. Tevens laat Krouwel weten dat wij als de oppositie moeten nadenken over onze positie. Voor alle duidelijkheid: Wij hebben vanaf het begin gezegd als er 1 moet gaan, dan ook allemaal. Het was juist de coalitie die onvoorwaardelijk achter haar wethouders ging staan, zelfs voordat ze alle ins en outs kenden. Nu we weten dat u als coalitie partijen wist hoe hun verleden is geweest, is deze onvoorwaardelijke steun alleen maar als bijzonder kwalijk te bestempelen.. De heren Meinders en Blokhuis hebben uitgesproken dat zij de feiten uit de ons anoniem toegezonden stukken reeds allemaal kenden. Daarmee staat vast dat zij niet alleen een wethouder met een dergelijk verleden als Krouwel, in het zadel hebben geholpen maar ook in het zadel hebben gehouden. Op 11 december 2007 spreekt Blokhuis ook nog eens uit dat hij ter zake dossieronderzoek heeft verricht en heeft laten verrichten door de griffier hetgeen heeft geresulteerd in de navolgende conclusie:”En wij zijn nogmaals op basis van feiten en niet op basis van interpretatie tot de conclusie gekomen dat die wethouders geen noemenswaardige fouten hebben gemaakt”. Onvoorstelbaar, wat een foutieve voorstelling van zaken van hetgeen de heer Blokhuis al reeds bekend was. En toch heeft hij in het debat tegen beter weten in gekozen voor zíjn onjuiste beleving van de feiten waarvan hij de onjuistheid kende. Hoe
verder? De huidige bestuurlijke crises zal tot in lengte van jaren – zeker in verkiezingstijd – de kop altijd weer opsteken. Dit in combinatie met een verdeelde raad, maakt het er zeker niet beter op. Voorzitter, afhankelijk van de beantwoording straks zal onze fractie een motie indienen. Dit heb ik afgelopen weekend aan de overige fractie voorzitters ook reeds gemeld. Wij zullen toemoeten naar genormaliseerde verhoudingen. Wat ons betreft kan dit alleen maar alleen met een geheel nieuw college. Een dringend verzoek en oproep namens een meerderheid van de bevolking aan u beiden: ; Volg het voorbeeld van Krouwel. Reactie in tweede termijn: Integriteit is moeilijk. Wethouder Krouwel heeft steeds volgehouden dat hij volstrekt integer was. En nee, niet hij, maar de burgemeester had een tekort aan zelfreflectie zo lazen we in de NRC. En ja, hij heeft wel paar kleine technische fouten gemaakt zo vertelde hij aan Tubantia. Maar toch, uiteindelijk was er de realiteit van het integriteitrapport, aldus Krouwel, opnieuw in de Tubantia. Die realiteit zou hij politiek niet overleven, zo was zijn inschatting. En toen heeft hij in eenzaamheid tot zijn politieke terugtreden besloten. Heeft hij ondertussen begrepen wat integriteit is? Het lijkt van niet. Want integriteit is voor hem blijkbaar hetzelfde als niet betrapt worden op misstappen. Hebben zijn politieke vrienden van de PvdA en het CDA het misschien beter begrepen? Zij hebben het onderzoeksrapport geturfd. Vijf beschuldigingen werden geuit door de ex-burgemeester. Vier daarvan waren volgens het rapport niet handig, niet verstandig, niet professioneel, niet relevant. En zij komen tot de rekenkundige conclusie dat de ex-wethouder voor vier/vijfde, dus 80 procent, dus bijna helemaal, integer gehandeld heeft. Dezelfde politieke vrienden verklaren op dezelfde exacte wijze de nog twee zittende wethouders, Kleissen en Engbers, absoluut integer. Immers, in het rapport waren de beschuldigingen van de ex-burgemeester aan hun adres onderzocht. Wat er aan hun optreden ook voor onhandigs, onverstandigs en onprofessioneels kleefde, het kon niet worden aangetoond dat hun handelingen niet-integer waren. Is integriteit een rekensom? Wordt iemands integriteit bepaald door een extern bureau? En ook nog eens met een beperkte opdracht, namelijk het onderzoeken van de beschuldigingen van de ex-burgemeester. Wat gebeurt er met vragen die burgemeester Willeme vergeten was te stellen, zoals medewerking van de andere wethouders aan Krouwel’s machtsmisbruik? En waarom kon de burgemeester wel weggestuurd worden? Er kan over de integriteit van wethouders gestemd worden. Maar wat doe je dan, zo vraag ik mij af. Kan je over integriteit wel op dezelfde manier stemmen als over de verkoop van het klooster? En als de uitslag twaalf voor is en negen tegen, is dan de wethouder absoluut integer, of voor twaalf gedeeld door eenentwintig, dus voor iets meer dan de helft? Achter dat turven en
tellen zit een idee dat komt uit het strafrecht. In het strafrecht is
iemand onschuldig totdat z’n schuld bewezen is. Geldt dat ook
voor integriteit? Bij integriteit gaat het om iemands morele gehalte. Integriteit is een soort kompas. Een kompas dat de richting geeft hoe men zich bestuurlijk behoort te gedragen. Het achteraf laten uitrekenen door een extern bureau – en zich vastklampen aan de uitslag – betekent, zo moet ik helaas constateren, dat het eigen integriteitkompas ontbreekt. Wat op het spel staat,
collega raadsleden , is onze eigen integriteit. Of worden wij geleid door het echte belang dat telt: de integriteit van ons en de toekomst van de gemeente Dinkelland. |