| Voorzitter,
Via de brief van 02 september hebben wij geconstateerd dat
weliswaar de periode van de woonplaats vereiste ontheffing van wethouder
Engbers was verlopen maar dat de wethouder nog steeds geen ingezetene
van de gemeente Dinkelland was.
Niet eerder dan na een uitvoerige discussie ging de raad
vorig jaar uiteindelijk akkoord met het verzoek tot ontheffing van de
plicht tot ingezetene in de gemeente Dinkelland van wethouder Engbers
- nl. tot uiterlijk 11 juli 2008. De discussie spitste zich toen vooral
toe op de door de wethouder aangeleverde 'bijzondere omstandigheden'.
Bijzondere omstandigheden die er volgens de VNG - door ons regelmatig
geraadpleegd - nu niet meer zijn.
Tijdens de raadsvergadering van 24-06-08 heb ik wethouder
Engbers namens onze fractie gevraagd naar de stand van zaken. We kregen
toen als flauw antwoord van hem te horen dat hij nog steeds bij zijn vrouw
in Oldenzaal mocht logeren. Het is in onze ogen wel heel erg kinderachtig
en naďef van wethouder Engbers om daaruit te veronderstellen dat daarmee
de kous dan af is zoals hij in zijn brief aan de raad van 10 september
durft te schrijven.
Ook deze brief roept trouwens weer de nodige vragen op en
gaat zelfs tegen het advies van Elzinga in door te opteren voor een nieuwe
ontheffing, iets dat Elzinga zelf afraadt. Onbegrijpelijk en voor ons
een bewijs dat de wethouder ons als raad ook nu niet serieus neemt.
Voorzitter, er is door de raad - uiteindelijk op advies
van de PvdA fractie vorig jaar- ingestemd met als uiterste datum 11 juli
2008 dat wethouders Engbers in Dinkelland zou moeten wonen. Het is prettig
te constateren dat de PvdA fractie zelf daarin een heel goed voorbeeld
heeft gesteld. Wethouder Ter Schegget woonde binnen korte tijd wel in
Dinkelland. Het kan dus wel en je ziet: waar een wil is , is een weg.
Maar de verhoudingen zijn nog bijzonder broos en dan moet
er ook van de kant van het college respect voor de raad getoond worden.
Niet de bestuurscrises alleen - zoals misschien wordt verondersteld -
maar het feit dat wij een hooghartig antwoord hebben gekregen op een normale
vraag- in combinatie met het voorgaande gesteld door ons op 24-06-08 -
is voor ons aanleiding geweest te kiezen voor deze benadering. We zijn
ervan overtuigd dat wanneer wij vooraf kenbaar hadden gemaakt dat de brief
zou gaan over de woonplaats vereiste van de wethouder deze niet in de
raad van 02-09-08 aan de orde was gesteld. En natuurlijk is het waar dat
wanneer er sprake is van goede onderlinge verhoudingen dat dit soort zaken
dan anders gaat maar gezien de broosheid van deze verhoudingen hebben
wij gekozen voor deze aanpak.
Voorzitter, van belang voor ons is o.m. het begrip "ingezetenschap"
Artikel 10 jo 36a van de gemeentewet bepaalt dat raadsleden
en ook wethouders ingezetene moeten zijn van de gemeente waarvan ze wethouder
zijn.
Niet onaardig is art. 3 GW:
"Zij die als ingezetene zijn ingeschreven met een adres in
de gemeentelijke basisadministratie worden voor de toepassing van deze
wet, behoudens bewijs van het tegendeel,
geacht werkelijke woonplaats te hebben in de gemeente."
Met andere woorden:
Je wordt dus al geacht werkelijk in een gemeente te wonen als je je er
hebt laten inschrijven? Waarschijnlijk dacht de wethouder dat ook en slaakte
hij een zucht van verlichting.
Maar dan is er een interessante officiële toelichting bij deze wettekst
"Inschrijving…geldt als rechtsvermoeden dat
men zijn werkelijke woonplaats in de gemeente heeft. De situatie kan zich
voordoen dat iemand met een adres in de … gemeentelijke administratie
is ingeschreven maar feitelijk niet in die gemeente woont. Indien
bewezen kan worden dat iemand niet zijn werkelijke woonplaats in de gemeente
heeft maar wel met een adres in de gemeentelijke administratie is ingeschreven
(briefadres) heeft dat tot gevolg dat die persoon GEEN INGEZETENE VAN
DIE GEMEENTE IS."
c. Conclusie en opties
1. ten aanzien van het
advies van Elzinga
Wij kunnen hem
niet volgen in zijn beredenering van het - bijna - voldoen aan de eis
van ingezetenschap. Het lijkt erop dat hij drie categorieën personen kent:
ingezetenen, niet ingezetenen en een -beetje -ingezetene.
Maar een beetje ingezetenschap bestaat niet en wie de feiten
nuchter beoordeelt en bovendien tussen de regels door probeert te lezen
van de werkelijke bedoelingen van wethouder Engbers kan slechts tot de
conclusie komen dat NIET over de hele linie aan de eisen is voldaan.
Wij komen tot de conclusie dat weliswaar sprake is van inschrijving
maar dat bewezen is dat van een werkelijk ingezetenschap geen sprake is
en dat de wethouder niet werkelijk woonachtig is in Dinkelland.
De wethouder stelt dat hij aan alle eisen voldoet. Hij staat
ingeschreven en heeft een huis gekocht. Dat hij er nog niet woont is overmacht
(stagnatie door vergunningen enz.).
Maar dan rijzen de volgende vragen:
a. Hoe relevant is die huizenkoop
nu werkelijk?
Nauwelijks, denken wij i.t.t. Elzinga. Het bewijst niets
meer dan dat er een huis is gekocht. Een direct verband daartussen en
de zekerheid van een toekomstig bewonerschap in dat zelfde huis is puur
speculatief.
De huizenkoop lijkt op een in slaapmiddel gedrenkte worst die
de raad wordt voorgehouden.
b. Welke garantie biedt de
koop voor werkelijk bewonerschap?
Geen enkele. Zeker gezien de overduidelijke historie van
vertragingstactiek van de wethouder kan worden verwacht dat het om een
veelheid van oorzaken maar steeds niet blijft vlotten met de (ver)bouw.
Zijn het nu de vergunningen dan is het straks wel weer iets anders. En
een garantie eisen dat er voor een bepaalde datum gewoond wordt is niet
mogelijk. Overmacht, u weet wel…
Overigens: de aankoop of bouw van een huis kan hoogstens
een bewijs van voornemen tot vestiging zijn. Met ingezetenschap heeft
het niets te maken.
Wel wat cynisch dit alles? Ja. Maar de wijze waarop de wethouder
tot nu toe een tomeloze drift heeft getoond om werkelijk in Dinkelland
te gaan wonen is weinig indrukwekkend en wekt weinig vertrouwen, met name
voor de toekomst.
2. Ten aanzien van de
positie van de wethouder
De teneur van het verhaal van Elzinga die door het hele stuk heenloopt
is: er is niets aan de hand. Er is een begin van ingezetenschap en er
is een huis gekocht. Het geeft Elzinga aanleiding om te opteren voor een
tijdelijke verblijfplaats. Zijn argumenten tegen de optie van verlenging
ontheffing delen wij.
Maar er wandelt ook een juridische beer op het Dinkellandse
pad.
Immers: de wethouder bevindt zich inmiddels al enige maanden
in een gemeentewettelijk niemandsland. De laatste ontheffing is per 11
juli 2008 afgelopen en er is geen nieuwe gegeven nog zelfs niet in zicht.
De wethouder bevindt zich derhalve in een situatie die formeel
en strikt genomen alleen nog als optie zijn ontslag heeft.
Van groot belang is het te constateren dat hij dat geheel aan zichzelf
heeft te wijten en de gevolgen van die situatie over zichzelf heeft afgeroepen.
De wethouder wist na de raadsvergadering van 19 juni 2007 hoe zeer de
raad deze kwestie van belang achtte. En mocht dat hem dan nog niet duidelijk
zijn geweest dan toch in elk geval nog eens 'dunnetjes' tijdens de discussies
in de vergaderingen van december waar deze kwestie zelfs in direct verband
werd gebracht met de vraag naar zijn integriteit. Dat moet hem toch bij
zijn gebleven.
Met dit alles op de achtergrond moet het hem zeer zwaar
worden aangerekend dat hij, dit alles wetende, na het verstrijken van
de fatale datum 11 juli 2008 niets heeft ondernomen richting college of/en
raad , onder het motto: blijf zitten waar je zit en verroer je niet…
Dit kan niet anders worden gezien als bewuste en opzettelijke ondermijning
van en minachting voor het gezag en de status van de raad.
Zelfs voor de meest coulante raadsleden onder ons moet toch
onderhand duidelijk zijn dat wethouder Engbers al geruime tijd bezig is
om alles uit de kast te halen om NIET in Dinkelland te
hoeven wonen.
Voorzitter, aan u de vraag welke opdracht u eigenlijk aan
Elzinga hebt gegeven? Is dat de vraag om een beleidsadvies of om een juridisch
advies?
Wij willen benadrukken zeer te hechten aan de geloofwaardigheid
van ons als openbaar bestuur. Wij als raad stellen de kaders en controleren
deze. Het college voert uit.
Feit is wel dat Engbers zichzelf onnodig in de politieke
problemen heeft gebracht door:
1. Zijn eigen toezegging dat hij uiterlijk in juli in Dinkelland
daadwerkelijk zou gaan wonen niet na is gekomen;
2. Daar niet in een vroegtijdig stadium melding van heeft
gemaakt
3. Niet tijdelijk een huurwoning heeft betrokken in Dinkelland
4. De nadrukkelijke wens van de meerderheid van de Raad
heeft genegeerd.
We zijn echt niet bezig met wethoudertje pesten maar:
Een wethouder die een strafbaar feit pleegt om aan zijn
eis voor ingezetene te voldoen daar moet iets over gezegd worden. Het
maakt niet uit waarom je je verkeerd inschrijft. Als je dat doet om er
voordeel uit te halen dan is er sprake van valsheid in geschrifte.
Zoals gezegd heeft wethouder Engbers dit over zichzelf afgeroepen
door diverse signalen daaromtrent naar hem toe te negeren. Het is toch
te gek voor woorden en niet uit te leggen dat deze wethouder die een strafbaar
feit pleegt als wethouder juist moet optreden tegen mensen ( bijvoorbeeld
uitkeringgerechtigden ) die hetzelfde strafbare feit plegen nl het valselijk
aangifte doen bij de gemeentelijke basisadministratie. Hij handhaaft iets
met straf en boete wat hij zelf overtreedt.
Dit kunnen en mogen wij als raad niet onbestraft laten.
Doen we dit wel dan geven we onszelf een brevet van onvermogen.
Voorzitter, het is jammer te moeten constateren dat dhr
Elzinga aangeeft dat wij n.a.v. zijn advies vragen mogen stellen maar
dat hij die afdoet met de opmerking - heel kort door de bocht gezegd-
ik blijf bij mijn afgegeven advies. Wij beschouwen dat eigenlijk als een
opsteker in die zin dat onze vragen blijkbaar toch niet zo gek waren.
Fractie Lokaal Dinkelland
|